Posts tonen met het label Aquino. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aquino. Alle posts tonen

zondag 16 november 2008

De taak van de godsdienstfilosofie

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428-452

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofische bibliotheek

Extract:

"De regendans blijkt bij nader toezien niet uitgevoerd te worden in het droge seizoen, maar slechts op het moment dat de jaarlijkse regenperiode aanbreekt. De regendans is dus een verwelkomings- en een dankrite en niet (per se) een magisch middel tot manipulatie van de meteorologische conditie. (...) De causale analyse van de religie komt er vaak op neer dat men meent in staat te zijn een soort vertaalarbeid te verrichten." (p. 447)

Commentaar:

Religieuze taal is een eigen taal, niet uitwisselbaar met andere taal. In het vervolg van de tekst wordt gezegd dat: als dit zo zou zijn, zou andersom ook taal uit welk wereldlijk domein dan ook moeiteloos in religieuze taal moeten kunnen worden omgezet.
Maar zijn de pogingen van bijvoorbeeld Auguste Comte en later die van Julian Huxley om religies zonder het bovennatuurlijke (natural religion) te ontwerpen geen voorbeelden dat het toch wel mogelijk is taal uit wereldlijke domeinen in religieuze talen om te zetten?

Wat is dat eigenlijk: "religieuze taal"? De woorden en zinnen die worden uitgesproken zijn op zich niet religieus, ze zijn dat pas als ze worden begrepen in de context van de religieuze praktijk en meer nog in die van het hele (religieuze) leven van een gelovige, zoals op p. 448 van het artikel wordt betoogd.

Intelligent design-gedachte al heel oud

Referentie:

Van Eijck, Jan, Filosofie: een inleiding, Meppel [etc]: Boom, 1982, 240 p.

Plaatskenmerk:

FILO 10 G EIJC 82

Extract:

"Thomas van Aquino accepteert het ontologisch bewijs niet, maar geeft (...) een variant op het zogenaamde ontwerp-argument. Grofweg: de verschijselen in de werkelijkheid vertonen een doelmatigheid (...) die erop wijst dat ze het werk zijn van een Schepper."

Commentaar:

Het ontologisch bewijs dat Van Eijck voorafgaand aan dit citaat beschrijft, was dat van Anselmus, namelijk dat "wie in God gelooft, gelooft in een wezen dat zo groot en volmaakt is dat iets groters en volmaakters niet denkbaar is".

Er moet buiten de persoon die dit gelooft noodzakelijkerwijs een God bestaan die met de geloofsinhoud samenvalt. Het lastige is dat - wanneer dit het geval is - die buiten de persoon existerende god, vanzelf al volmaakter is dan de geloofsinhoud, juist omdat die god dan dus echt bestaat.