Posts tonen met het label godsdienstpsychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label godsdienstpsychologie. Alle posts tonen

zondag 16 november 2008

Religiositeit wijst op een externe oorzaak

Referentie:

Van Praag, Herman M., "Een nobele illusie", Trouw. Katern "Letter & Geest", 15.11.2008, p. 2-3

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofische bibliotheek

Extract:

"Religiositeit komt (...) voort uit de behoefte het leven van een verticale dimensie te voorzien. Een behoefte veronderstelt het vermogen die behoefte te bevredigen. Dit vermogen moet in de hersenen worden gezocht."

"De ontwikkeling van ’religieuze circuits’ wijst erop dat religiositeit de mens tot voordeel strekt. Ze kreeg niet voor niets een stevige biologische verankering."

Commentaar:

Het artikel maakt er melding van dat tijdens onderzoeken religieuze ervaringen zijn opgewekt met behulp van electromagnetische golven en dat op deze manier 'religieuze circuits' in de hersenen zijn aangetoond. Van Praag is emeritus hoogleraar psychiatrie en een gelovige Jood. Hij heeft over het onderwerp een boek geschreven met als titel God en psyche. Hij sluit zijn artikel in Trouw af met: "Ik geloof in de rede en acht het redelijk te geloven".

Ik weet niet goed wat ik aan moet met "geloof in de rede". Zal het te maken hebben met positieve waardering voor activiteiten als aantonen van religieuze circuits in de hersenen? Als dat zo is dan heb ik zo mijn bedenkingen, want een cerebraal gebied zichtbaar maken waar 'iets' gebeurt, is nog wat anders dan met God spreken op een berg of een engel ontmoeten in een grot.

zaterdag 15 november 2008

God als concept vs. God als conceptie

Referentie:

Herrmann, Eberhard, "On the distinction between the concept of God and conceptions of God", International yournal for philosophy of religion (2008) 64/2, 63-73

Plaatskenmerk:

FILO 10 E IJPR

Extract:

"(...) religious and secular views of life enable us to develop narratives and conceptions by means of wich we can conceptualise the inevitabilities of life. These inevitabilities include suffering, guilt and death as well as love, happiness and joy. "

Commentaar:

Herrmann trekt de studie naar godsbegrippen breder dan alleen de godsdienst. Hij heeft het over conceptualiseren van de onvermijdelijkheden van het leven met behulp van verhalen en opvattingen. Maar precies het begrip "conceptualise" maakt het interessant. In een engels woordenboek zijn synoniemen van dit begrip te vinden: `Imagine' (voorstellen), `conceive' (ontvangen, bedenken, opvatten), `envision' (er een plaatje van maken, visualiseren) en 'explain observations as a concept'.

Er wordt af en toe over religie gepraat alsof het een verouderde manier van "verklaren van de werkelijkheid" is. Vast en zeker zullen er in religies verouderde elementen zijn aan te wijzen, maar dat waarop religie terug gaat, kan niet verouderen, tenminste als de omschrijving van Herrmann van hierboven de aanduiding daarvan is, omdat we het dan volgens mij over een diep menselijke behoefte hebben, voortkomend uit de hoogte- en dieptepunten van het leven zelf.

zondag 9 november 2008

Iedereen zijn eigen god

Referentie:

James, William, The Varieties of Religious Experience: A Study in Human Nature : Being the Gifford Lectures on Natural Religion Delivered at Edinburgh in 1901-1902, Plain Label Books, s.l., 1914, 755 p.

Plaatskenmerk:

Google Books
Ook: FILO 19.8 P-JAME 29 (New York : Modern Library, 1929)

Extract:

"Every individual soul, in short, like every individual machine or organism, has its own best conditions of efficiency. A given machine will run best onder a certain steam pressure, a certain amperage; an organism under a certain diet, weight, or exercise. (...) And it is just so with our sundry souls: some are happiest in calm weather; some need the sense of tension, of strong volition, to make them feel alive and well. For those latter souls, whatever is gained from day to day must be paid for by sacrifice and inhibition, or else it comes too cheap and has no zest."

Commentaar:

James concludeert aan het einde van zijn collegereeks dat religieus leven de volgende aannames inhoudt:
1) dat de zichtbare wereld deel is van een meer geestelijk universum waaraan de wereld zijn voornaamste betekenis ontleent
2) dat vereniging of harmonieuze relatie met dat hogere universum onze ware bestemming is
3) dat gebed of innerlijke communicatie met de geest van het universum - of dat nu "god" of "wet" is - een proces is waarin echt werk wordt verzet in de resultaten waarvan geestelijke energie stroomt die op haar beurt effect sorteert, psychologisch of materieel, in de waarneembare wereld
Religie houdt ook de volgende psychologische kenmerken in:
4) een nieuw enthousiasme dat zichzelf als een gave voor het leven toevoegt, en in de vorm die het aanneemt van ofwel lyrische bekoring of van een appel tot zuiverheid en heldenmoed
5) een verzekering van veiligheid en een vredige stemming en, in de relatie tot anderen, een overvloed aan liefdevolle gevoelens