Posts tonen met het label godsdienstwetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label godsdienstwetenschap. Alle posts tonen

woensdag 3 december 2008

Onderzoeken door te observeren en te beschrijven

Referentie:

Westphal, Merold, Phenomenology of religion, s.l., s.d., 5 p. (gevonden op Routledge Encyclopedia of Phylosophy)

Plaatskenmerk:

Mijn computer/filosofische bibliotheek

Extract:

By contrast, the phenomenology of religion brackets or temporarily sets aside such questions as to whether we are obliged or permitted or forbidden by the standards of truth and
rationality to hold various religious beliefs. Instead, its point of departure is the fact that religion is an observable phenomenon of human life, and its task is to help us better understand
what religion is by giving descriptive analyses of that aspect of human experience. In this regard it strongly resembles the philosophy of science and the philosophy of art, the tasks of
which are neither to praise nor to bury science and art, but to give us deeper insight into the structures and functions of these widespread human activities. In all three cases, the
observability of the phenomena is no guarantee of agreement when it comes to descriptive analysis.

Commentaar:

Als onderzoeker of waarnemer streef je naar waardevrijheid. In hoeverre dat haalbaar is, zal moeten blijken. Misschien, om een goed idee te krijgen van wat religie is, zou een overzicht van observaties van religies doorheen culturen en periodes van de geschiedenis gemaakt moeten worden. Het zou interessant zijn te zien hoe bijvoorbeeld het jodendom zich heeft ontwikkeld vanaf zijn vroegste wortels tot op heden. Dat lijkt op het eerste gezicht geen erg origineel verhaal te worden, maar een vraag die mij daarbij boeit, is of - en zo ja welke constanten er zijn waar te nemen en dat natuurlijk van vóór het feitelijke ontstaan van het jodendom als zodanig, reeds in de vruchtbaarheidscultussen van vroeg semitische volkeren.

STAP 4: Relevant artikel via bibliografie gezaghebbend boek of artikel (Wynn, Mark, Phenomenology of religion, Stanford Encyclopedia of Religion)


zondag 9 november 2008

Wereldgodsdiensten

Referentie:

Handboek van de wereldgodsdiensten, vertaald door Hielke T. Wolters en Lia Wolters-Berghout, Den Haag: Voorhoeve, 1983, 448 p. (oorspronkelijke titel: The world's religions, Dr. Jan Bergman e.a. (red.), Herts: Lion Publishing, 1982)

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

Extract:

"(...) vooral bij Émile Durkheim (1858 - 1917). Zijn beroemde studie Les formes Élémentaires de la vie religieuse (1912) heeft veel weg van Robertson Smiths lezingen over dit onderwerp. Hoewel Durkheim de godsdienst bestudeerde vanuit de evolutionistische benadering, deelde hij niet de mening van degenen die denken dat religieuze ideeën slechts misleidende producten van de menselijke geest zijn."

Commentaar:

Een overzichtelijk werk over het onderwerp "godsdienst" met een inleidend hoofdstuk over godsdienstwetenschap, dat deel uitmaakt van het eerste deel, dat de ontwikkeling van godsdienst behandelt.
Het is jammer dat eigentijdse godsdienstwetenschappers of filosofen in het overzicht ontbreken.

Iedereen zijn eigen god

Referentie:

James, William, The Varieties of Religious Experience: A Study in Human Nature : Being the Gifford Lectures on Natural Religion Delivered at Edinburgh in 1901-1902, Plain Label Books, s.l., 1914, 755 p.

Plaatskenmerk:

Google Books
Ook: FILO 19.8 P-JAME 29 (New York : Modern Library, 1929)

Extract:

"Every individual soul, in short, like every individual machine or organism, has its own best conditions of efficiency. A given machine will run best onder a certain steam pressure, a certain amperage; an organism under a certain diet, weight, or exercise. (...) And it is just so with our sundry souls: some are happiest in calm weather; some need the sense of tension, of strong volition, to make them feel alive and well. For those latter souls, whatever is gained from day to day must be paid for by sacrifice and inhibition, or else it comes too cheap and has no zest."

Commentaar:

James concludeert aan het einde van zijn collegereeks dat religieus leven de volgende aannames inhoudt:
1) dat de zichtbare wereld deel is van een meer geestelijk universum waaraan de wereld zijn voornaamste betekenis ontleent
2) dat vereniging of harmonieuze relatie met dat hogere universum onze ware bestemming is
3) dat gebed of innerlijke communicatie met de geest van het universum - of dat nu "god" of "wet" is - een proces is waarin echt werk wordt verzet in de resultaten waarvan geestelijke energie stroomt die op haar beurt effect sorteert, psychologisch of materieel, in de waarneembare wereld
Religie houdt ook de volgende psychologische kenmerken in:
4) een nieuw enthousiasme dat zichzelf als een gave voor het leven toevoegt, en in de vorm die het aanneemt van ofwel lyrische bekoring of van een appel tot zuiverheid en heldenmoed
5) een verzekering van veiligheid en een vredige stemming en, in de relatie tot anderen, een overvloed aan liefdevolle gevoelens