Posts tonen met het label Hume. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hume. Alle posts tonen

zondag 16 november 2008

De taak van de godsdienstfilosofie

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428-452

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofische bibliotheek

Extract:

"De regendans blijkt bij nader toezien niet uitgevoerd te worden in het droge seizoen, maar slechts op het moment dat de jaarlijkse regenperiode aanbreekt. De regendans is dus een verwelkomings- en een dankrite en niet (per se) een magisch middel tot manipulatie van de meteorologische conditie. (...) De causale analyse van de religie komt er vaak op neer dat men meent in staat te zijn een soort vertaalarbeid te verrichten." (p. 447)

Commentaar:

Religieuze taal is een eigen taal, niet uitwisselbaar met andere taal. In het vervolg van de tekst wordt gezegd dat: als dit zo zou zijn, zou andersom ook taal uit welk wereldlijk domein dan ook moeiteloos in religieuze taal moeten kunnen worden omgezet.
Maar zijn de pogingen van bijvoorbeeld Auguste Comte en later die van Julian Huxley om religies zonder het bovennatuurlijke (natural religion) te ontwerpen geen voorbeelden dat het toch wel mogelijk is taal uit wereldlijke domeinen in religieuze talen om te zetten?

Wat is dat eigenlijk: "religieuze taal"? De woorden en zinnen die worden uitgesproken zijn op zich niet religieus, ze zijn dat pas als ze worden begrepen in de context van de religieuze praktijk en meer nog in die van het hele (religieuze) leven van een gelovige, zoals op p. 448 van het artikel wordt betoogd.

De natuurlijke geschiedenis van religie

Referentie:

Hume, David, Essays and treatises on several subjects. Part II: The natural history of religion, Edinburgh: James Clarke, 1809, 2 vols., 554 p.

Plaatskenmerk:

Mijn computer/filosofische bibliotheek, pdf formaat

Extract:

"We may conclude, therefore, that, in all nations, wich have embraced polytheism, the first ideas of religion arose, not from a contemplation from the works of nature, but from a concern with regards to the events of life, and from the incessant hopes and fears wich actuate the human mind."

Commentaar:

Religie is niet voortgekomen uit (vrome) overdenking of beschouwing van de natuur, maar uit bezorgheid met betrekking tot dagelijkse beslommeringen. Stormen, orkanen, de hardheid van de seizoenen die oogsten doet mislukken die eerst door de zon en het vocht van dauw en regen werden verzorgd. Ziekte, pest, oorlogen, hongersnood, het zijn allemaal onzekerheden die men toeschreef aan de grillen van vele godheden, zo schrijft Hume in een meeslepende stijl.

Graag zou ik aankloppen bij professor Barabbas en hem verzoeken mij 40.000 jaar terug in de tijd te flitsen. Ik bedoel maar te zeggen dat het voor ons allemaal gemakkelijk theoretiseren is. Je zou toen maar geleefd hebben, misschien nauwelijks beschikkend over taal, omringd door onberekenbare elementen, je er niet van bewust dat de aarde een planeet is ergens in een onmetelijke ruimte. De grenzen van de wereld vielen samen met de grenzen van je jachtgebied.
Dan had ik vast anders gepiept... of gebeden.