Posts tonen met het label FILOSOFIE VAN DE RELIGIE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label FILOSOFIE VAN DE RELIGIE. Alle posts tonen

dinsdag 2 december 2008

Godservaring: exaltatie of psychose?

Referentie:

Yandell, Keith E., Philosophy of religion. A contemporary introduction. London - New York: Routledge, coll. Routledge contemporary introductions to philosophy, 1999, 406 p.

Plaatskenmerk:

FILO 20 G-YAND 99

Extract:

"Father of all, Master supreme, Power in all the worlds, Who is like thee? Who is beyond thee? I bow before thee. I prostrate before thee, and beg thy grace, O glorious Lord. As a father to his son, as a friend to his friend, as a lover to his lover, be gracious unto me, O God.
In a vision I have seen what no man has seen before; I rejoice in exultation, and yet my heart trembles with fear. Have mercy upon me, Lord of Gods, refuge of the whole universe: show me again thine own human form. I yearn to see thee again with thy crown and scepter and circle. Show thyself to me in thine own four-armed form, thou of arms infinite, Infinite Form.
(Bhagavagita [Song of the blessed Lord] Chapter 11, paragraphs 43-6)" (p. 42)

Commentaar:

Een indrukwekkende tekst, in het boek opgenomen tussen voorbeelden van "first-person reports" van religieuze ervaringen (van 'gewone gelovigen', mijn object van onderzoek) in een hoofdstuk dat "soorten religieuze ervaring" behandelt. De persoon richt zich tot God als tot een reële persoon en tegelijkertijd zijn de woorden ook te verheven om aan een gewoon mens geadresseerd te kunnen zijn.
In een college "psychologische antropologie" noemde een medestudent mensen die in God geloven "psychotisch" omdat zij vast zouden zitten in een "waan", voor deze student vergelijkbaar met een voorbeeld (waarover de prof vertelde) van een psychiatrische patient die er stellig van overtuigd was dat hij dood was.
Is dat zo? Zitten godsgelovigen vast in een waanidee? Als dat zo is, hoe onderscheiden we waanideeën dan van, ja hoe zal ik het noemen, van meer realistische ideeën? Stel dat ik zou geloven in zoiets als 'de menselijkheid', hoeveel realistischer is deze waarde in dat geval dan de godsvoorstelling van de man van het citaat?

STAP 3: Relevant boek via filosofie op internet http://www.routledge-philosophy.com/

maandag 1 december 2008

Magische beesten, mythische mensen

Referentie:

Cassirer, Ernst, Gesammelte Werke - Hamburger Ausgabe. Band 12: Philosophie der symbolischen Formen. Teil II: Das mythische Denken, herausgegeben von Birgit Recki, Hamburg: Felix Meiner Verlag, 2002, 339 p. (oorspronkelijke uitgave: Philosophie der symbolischen Formen. Zweiter Teil: Das mythische Denken, s.l., 1925)

Plaatskenmerk:

FILO 19.8 P-CASS 98:12

Extract:

"Wendet man dies Prinzip der mythischen "Begriffsbildung" auf das Verhältnis von Mensch und Tier an, so eröffnet sich ein Weg, auf dem sich zum Verständnis wenigstens der allgemeinen Grundform des Totemismus, wenn nicht ihrer speziellen Verzweigungen und Abzweigungen, vordringen lässt. Denn ein wesentliches Moment, eine Hauptbedingung der mythische Einheitssetzung, finden wir in diesem Verhältnis von Anfang an erfüllt. Die ursprüngliche Beziehung, die im primitiven Denken zwischen Mensch und Tier gilt, ist keine einseitig praktische, noch eine empirisch-kausale, sondern sie ist eine rein magische Beziehung." (p. 213)

Commentaar:

De titel van dit boek en de titels van de hoofdstukken wekken mijn interesse om het te bestuderen. Er is sprake van een "mythisch bewustzijn", van "de mythe als denkvorm", zelfs van de "mythe als levensvorm", een terminologie die lijkt aan te sluiten bij mijn in een andere steekkaart in deze blog vermelde fait primitif dat mythisch denken een geheel eigen vorm van denken is.

In het citaat en op andere manieren op andere plaatsen in het hoofdstuk waaraan het is ontleend, gaat het over de nauwe band tussen de mens en zijn omgeving, in dit geval de dieren. In de periode dat de mens ontstond als een wezen dat zich bewust is van zijn bewustzijn (Plessner) zou het zo geweest kunnen zijn dat mythische taal adequaat bemiddelde tussen "het tegenover" en de positie daartegenover waarin de mens verzeild was geraakt.

STAP 3: Relevant boek via UA-CATALOGUS

zondag 30 november 2008

Zet je brillen af en zie zo wat te zien is

Referentie:

Schilbrack, Kevin, "Myth and metaphysics", International Journal for Philosophy of Religion 48, (2000) 2, p. 65-80

Plaatskenmerk:

Mijn computer/filosofische bibliotheek

Extract:

"Of course, to say that a given myth makes or implies metaphysical slaims is not to exhaust the meaning of the myth. A single myth can operate with several levels of reference, each having to do with different aspects of reality. William Doty distinguishes four such levels: the psychological, the sociological, the cosmological, and the metaphysical." (p. 72)

Commentaar:

Van Herck legde in het artikel "De taak van de godsdienstfilosofie" uit dat Wittgenstein niet over religie wilde denken vanuit modellen. Met modellen die van buitenaf worden gelegd op religie, loopt men het gevaar te gaan spreken over religie in termen die gelovigen zelf nooit zouden gebruiken.
In het extract hierboven lijkt wel degelijk een vorm van modeldenken te worden gehanteerd. Wat mij aan de vier genoemde levels opvalt, is dat de metafysica wel wordt genoemd, maar dat de fysica kennelijk geen "verwijzingslevel" is. In "Sign and Symbol" van Maritain en Morris, elders op deze blog besproken, is juist "de directe band met het fysieke" object van studie, hetgeen m.i. meer een fenomenologische methode is dan benadering vanuit model, doordat een model een bril is waardoor je ziet wat het model je toestaat in plaats dat je ziet wat zich toont (vanuit het object dat je wenst te bestuderen).

STAP 2: Relevant artikel via PHILOSOPHER’S INDEX

Om het te laten regenen, geeft de magiër de aarde water

Referentie:

Maritain, Jacques - Morris, Mary, "Sign and Symbol", Journal of the Warburg Institute Vol. 1, No. 1 (Jul., 1937), pp. 1-11

Plaatskenmerk:

jstor.org
Mijn computer/filosofische bibliotheek

Extract:

"A sign therefore, not only causes knowledge, it makes existance - it is in itself cause. To make it rain, the magician will water the earth. The theory of mana among the Melanesians (avenda among the Iroquois, wakonda among the Sioux), as a force spread throughout nature in which all things participate in divers degrees, appears to be the result of subsequent reflection on this use of signs." (p. 8)

Commentaar:

Helemaal aan het begin van de ontwikkelinsgang van religie moet het geweest zijn als in bovenstaand citaat, zo stel ik mij voor, toen mensen nog middenin de natuur woonden, toen cultuur nog veel directer en herkenbaarder een herscheppen van natuur was.
In dit citaat lijkt de idee van een kracht die door de hele natuur is verspreid en waar alle dingen deel aan hebben te zijn geëvolueerd uit rituele praktijken, vooral door over het gebruik van tekens na te denken.
Het boeit me om hiernaar onderzoek te doen, want het zou ook andersom gegaan kunnen zijn, namelijk dat er ooit een tijd was waarin mensen nog zo dicht bij de natuur stonden dat zij zich in hogere mate dan in latere stadia één voelden met de natuur en dat ze dat gevoel van één te zijn met de dingen kwijt raakten naarmate ze taliger werden. De rituelen en symbolen zouden dan een rol hebben kunnen spelen in de neutralisering van deze verwijdering.

STAP 2: Relevant artikel via JSTOR

Het geloof van de gelovige begrijpen is hem als religieuze mens begrijpen

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428 - 452.

Plaatskenmerk:

swetswise online
Mijn computer/filosofische bibliotheek

Extract:

"Het is weinig bekend dat Wittgenstein in zijn overgangsperiode (1929 - 1933) enkele malen de term 'fenomenologie' gebruikte om zijn filosofische methode te karakteriseren. Wat Wittgenstein voorstond was inderdaad een beschrijvende methode die nauwgezet en enigszins afstandelijk te werk zou gaan. H.J. Glock schrijft dat Wittgenstein een verstaan van religie aanreikt "from the outside (as an antropological phenomenon) which does not accuse it (i.e. religion, wvh) of being either mistaken, unfounded or nonsensical."
Dat hij de term fenomenologie uiteindelijk niet behouden heeft, heeft wellicht te maken met de bijzondere, technische betekenis die de term ondertussen verkregen had; met de cartesiaanse en individualistische connotaties ervan en met het feit dat hij zich meer dan de fenomenologen meer van de taal als medium van studie wou bedienen." (p. 444)

Commentaar:

Zoals in mijn commentaar bij het extract van Ricoeur (stap 0 van deze gerichte zoekopdracht) naar voren komt, ben ik geïnteresseerd in de "gewone gelovige". Ook Wittgenstein probeert die te beschrijven, maar dan door de taal van die gewone gelovige te onderzoeken en beschrijven.
Dat kan dan weer alleen als "een studie van het geheel van de religieuze levensvorm (taal, symbolen, praktijken, rituelen...)" (p. 444, 445) Dat is precies het soort onderzoek waarbij ik zoek aan te sluiten.

Wat ik niet begrijp is waarom de fenomenologische benadering voor Wittgenstein wellicht bezwaarlijk was vanwege de "bijzondere, technische betekenis die de term ondertussen verkregen had" en "de cartesiaanse en individualistische connotaties".

STAP 2: Relevant artikel via SWETSWISE

zaterdag 29 november 2008

Natuurkrachten worden goden

Referentie:

Freud, Sigmund, Beschouwingen over cultuur, vijf essays vertaald door Wilfred Oranje e.a., Amsterdam: Boom, 1999, 406 p.

Plaatskenmerk:

Artesis Hogeschool Antwerpen - G
G 15 G-FREU 1999

Extract:

"Op soortgelijke wijze maakt de mens de natuurkrachten niet eenvoudigweg tot mensen met wie hij als met gelijkwaardigen kan omgaan - dat zou ook geen recht doen aan de overweldigende indruk die hij van hen heeft - maar hij geeft hun het karakter van een vader, maakt hen tot goden en volgt daarbij niet alleen een infantiel, maar ook, zoals ik gepoogd heb aan te tonen, een fylogenetisch voorbeeld." (p.251)

Commentaar:

Volgens Freud stelt de mens zich teweer tegen het noodlot en de overmacht van de natuur door cultuur te scheppen. Culturen vermenselijken natuurkrachten, die daardoor niet minder vreemd worden, maar het lijkt dan alsof ze kunnen worden beheerst. Het gaat erom dat destructieve krachten antropomorf worden voorgesteld, zodat mensen erop reageren kunnen. Het is nogal mal om bijvoorbeeld de dood te proberen te vermurwen om voorlopig nog even weg te blijven, omdat de dood in feite slechts een begrip is waarmee levenloosheid wordt aangeduid. Maak je echter van de dood een man met een zeis of een straf van God, dan kunnen de man of God wellicht worden overreed om genade te hebben, althans voor dit moment.

STAP 1: Relevant boek via bibliografie naslagwerk

zondag 23 november 2008

Religie zoals zij zich toont

Referentie:

The Oxford Handbook of Philosophy of Religion, William J. Wainwright (Ed.), Oxford: Oxford University Press, 2005, 550 p.

Plaatskenmerk:

FILO 20 A-WAIN 2005

Extract:

"(...) descriptive phenomenology involves a hermeneutical distanciation from the "primitive naïveté" or "immediacy of belief" that marks the believing soul (1967, 351). "The philosopher adopts provisionally the motivations and intentions of the believing soul. He does not `feel' them in their first naïveté; he `re-feels' them in a neutralized mode, in the mode of `as if.' It is in this sense that phenomenology is a re-enactment in sympathetic imagination" (19). Happily, for purposes of comparison with Heidegger, Ricoeur is also interested in sin and guilt and seeks, in The Symbolism of Evil, to reenact the believing soul's confession of fault. More interested in faithfulness than in the science of faith, to use Heidegger's language, he turns not to the theologian but to the believing soul as such and thus to the language of symbol and myth in which confession takes place prior to second-order theological reflection." (p. 476)

Commentaar:

Een aantrekkelijk aspect van de benadering van Ricoeur is dat niet de theoloog, maar de "gewone gelovige" het fenomeen is dat wordt bestudeerd, want waarin toont religie zich authentieker dan in de beleving en doorleving van de taal van symbolen en mythen?
Iemand die religie wil leren kennen en er zinvol over wil schrijven, lijkt mij de hier in het kort geschetste hermeneutische methode te moeten volgen, van zich tegelijk in te leven in wat de gelovige ervaart en er afstand van te bewaren.

Conclusie: Ik zal proberen te zoeken naar teksten over fenomenologie van religie.

STAP 0: Thematische afbakening via naslagwerk

zondag 16 november 2008

De taak van de godsdienstfilosofie

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428-452

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofische bibliotheek

Extract:

"De regendans blijkt bij nader toezien niet uitgevoerd te worden in het droge seizoen, maar slechts op het moment dat de jaarlijkse regenperiode aanbreekt. De regendans is dus een verwelkomings- en een dankrite en niet (per se) een magisch middel tot manipulatie van de meteorologische conditie. (...) De causale analyse van de religie komt er vaak op neer dat men meent in staat te zijn een soort vertaalarbeid te verrichten." (p. 447)

Commentaar:

Religieuze taal is een eigen taal, niet uitwisselbaar met andere taal. In het vervolg van de tekst wordt gezegd dat: als dit zo zou zijn, zou andersom ook taal uit welk wereldlijk domein dan ook moeiteloos in religieuze taal moeten kunnen worden omgezet.
Maar zijn de pogingen van bijvoorbeeld Auguste Comte en later die van Julian Huxley om religies zonder het bovennatuurlijke (natural religion) te ontwerpen geen voorbeelden dat het toch wel mogelijk is taal uit wereldlijke domeinen in religieuze talen om te zetten?

Wat is dat eigenlijk: "religieuze taal"? De woorden en zinnen die worden uitgesproken zijn op zich niet religieus, ze zijn dat pas als ze worden begrepen in de context van de religieuze praktijk en meer nog in die van het hele (religieuze) leven van een gelovige, zoals op p. 448 van het artikel wordt betoogd.

De natuurlijke geschiedenis van religie

Referentie:

Hume, David, Essays and treatises on several subjects. Part II: The natural history of religion, Edinburgh: James Clarke, 1809, 2 vols., 554 p.

Plaatskenmerk:

Mijn computer/filosofische bibliotheek, pdf formaat

Extract:

"We may conclude, therefore, that, in all nations, wich have embraced polytheism, the first ideas of religion arose, not from a contemplation from the works of nature, but from a concern with regards to the events of life, and from the incessant hopes and fears wich actuate the human mind."

Commentaar:

Religie is niet voortgekomen uit (vrome) overdenking of beschouwing van de natuur, maar uit bezorgheid met betrekking tot dagelijkse beslommeringen. Stormen, orkanen, de hardheid van de seizoenen die oogsten doet mislukken die eerst door de zon en het vocht van dauw en regen werden verzorgd. Ziekte, pest, oorlogen, hongersnood, het zijn allemaal onzekerheden die men toeschreef aan de grillen van vele godheden, zo schrijft Hume in een meeslepende stijl.

Graag zou ik aankloppen bij professor Barabbas en hem verzoeken mij 40.000 jaar terug in de tijd te flitsen. Ik bedoel maar te zeggen dat het voor ons allemaal gemakkelijk theoretiseren is. Je zou toen maar geleefd hebben, misschien nauwelijks beschikkend over taal, omringd door onberekenbare elementen, je er niet van bewust dat de aarde een planeet is ergens in een onmetelijke ruimte. De grenzen van de wereld vielen samen met de grenzen van je jachtgebied.
Dan had ik vast anders gepiept... of gebeden.

Fenomenologie van religie in verband met de actualiteit

Referentie:

Enders, Markus - Zaborowski Holger (Hrsg.), Phänomenologie der Religion. Zugänge und Grundfragen, Freiburg-München: Verlag Karl Alber GMBH, 2004, 558 p.

Plaatskenmerk:

FILO 20 G ENDE 2004

Extract:

"Während es in einer jüngst vergangenen Epoche der Geschichte des Denkens zo scheinen konnte, als sei die Wirklichkeit von Religion eher ein Randphänomen oder eine bloße Funktion von Gesellschaft, ist die Gegenwart, in die wir eingetreten sind, dadurch stigmatisiert, daß in ihr die Frage nach Religion als Religion erneut zu einem Mittelpunkt des Interesses wird."

Commentaar:

Religie is (opnieuw) middelpunt van de interesse. Ze leek afgeschreven, maar de actualiteit dwingt welhaast er opnieuw over na te denken, niet in de laatste plaats door de verbindingen tussen religieuze overtuiging en politieke macht enerzijds en religieuze overtuiging en geweld anderzijds. Dit volgens Bernard Casper, de eerste essayist in de bundel.
Het is bijna onvermijdelijk om hier meteen aan terrorisme in naam van de islam te denken. Voor mij een waarschuwing alert te zijn op de mate waarin ik door de media word beïnvloed. Er is tenslotte ook het religieus gelegitimeerde geweld van George W. Bush tegen Afghanistan en Irak, het geweld in India van hindoes tegen moslims en het geweld van orthodoxe joodse kolonisten tegen Palestijnen om maar eens enkele niet vanuit de islam geïnspireerde voorbeelden aan te halen.

Intelligent design-gedachte al heel oud

Referentie:

Van Eijck, Jan, Filosofie: een inleiding, Meppel [etc]: Boom, 1982, 240 p.

Plaatskenmerk:

FILO 10 G EIJC 82

Extract:

"Thomas van Aquino accepteert het ontologisch bewijs niet, maar geeft (...) een variant op het zogenaamde ontwerp-argument. Grofweg: de verschijselen in de werkelijkheid vertonen een doelmatigheid (...) die erop wijst dat ze het werk zijn van een Schepper."

Commentaar:

Het ontologisch bewijs dat Van Eijck voorafgaand aan dit citaat beschrijft, was dat van Anselmus, namelijk dat "wie in God gelooft, gelooft in een wezen dat zo groot en volmaakt is dat iets groters en volmaakters niet denkbaar is".

Er moet buiten de persoon die dit gelooft noodzakelijkerwijs een God bestaan die met de geloofsinhoud samenvalt. Het lastige is dat - wanneer dit het geval is - die buiten de persoon existerende god, vanzelf al volmaakter is dan de geloofsinhoud, juist omdat die god dan dus echt bestaat.

zaterdag 15 november 2008

Schleiermacher, het ene als deel van het geheel

Referentie:

Historisches Wörterbuch der Philosophie, Joachim Ritter-Karlfried Gründer (Hrsg.), Basel: Schwabe & Co. AG, 1992, 13 vols.

Plaatskenmerk:

FILO 10 A-RITT 71:8

Extract:

" "Anschauung des Universums" ist nach Schleiermacher nicht als bloss theoretisches Verhältnis zu den Gegenständen zu verstehen; sie bestehe darin, das Einzelne als Teil des Ganzen, das Beschränkte als Darstellung des sich ununterbrochen offenbarenden Universums zu fassen [69]."

Commentaar:

In een uitgebreid onderzoek naar de betekenis van het woord "religie" in het Historisches Wörterbuch der Philosophie, wordt over Schleiermacher verteld dat hij de "Eigenständigkeit" en onherleidbaarheid van religie bepleit.
Novalis ziet in religie een theoretische en praktische component; het bovenstaande citaat verwoordt wat hiertegenover de positie van Schleiermacher is.

zondag 9 november 2008

Iedereen zijn eigen god

Referentie:

James, William, The Varieties of Religious Experience: A Study in Human Nature : Being the Gifford Lectures on Natural Religion Delivered at Edinburgh in 1901-1902, Plain Label Books, s.l., 1914, 755 p.

Plaatskenmerk:

Google Books
Ook: FILO 19.8 P-JAME 29 (New York : Modern Library, 1929)

Extract:

"Every individual soul, in short, like every individual machine or organism, has its own best conditions of efficiency. A given machine will run best onder a certain steam pressure, a certain amperage; an organism under a certain diet, weight, or exercise. (...) And it is just so with our sundry souls: some are happiest in calm weather; some need the sense of tension, of strong volition, to make them feel alive and well. For those latter souls, whatever is gained from day to day must be paid for by sacrifice and inhibition, or else it comes too cheap and has no zest."

Commentaar:

James concludeert aan het einde van zijn collegereeks dat religieus leven de volgende aannames inhoudt:
1) dat de zichtbare wereld deel is van een meer geestelijk universum waaraan de wereld zijn voornaamste betekenis ontleent
2) dat vereniging of harmonieuze relatie met dat hogere universum onze ware bestemming is
3) dat gebed of innerlijke communicatie met de geest van het universum - of dat nu "god" of "wet" is - een proces is waarin echt werk wordt verzet in de resultaten waarvan geestelijke energie stroomt die op haar beurt effect sorteert, psychologisch of materieel, in de waarneembare wereld
Religie houdt ook de volgende psychologische kenmerken in:
4) een nieuw enthousiasme dat zichzelf als een gave voor het leven toevoegt, en in de vorm die het aanneemt van ofwel lyrische bekoring of van een appel tot zuiverheid en heldenmoed
5) een verzekering van veiligheid en een vredige stemming en, in de relatie tot anderen, een overvloed aan liefdevolle gevoelens

Mythen van de Aboriginals

Referentie:

Reed, Alexander Wyclif, Aboriginal Myths. Tales of the Dreamtime, Sydney: an imprint of New Holland Publishers, coll. Aborigines, Australian - Legends, 2002, 15th edition (First published: s.l.: Reed Books, 1978) 139 p.

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

Extract:

"An attempt has been made to convey some idea of the mystical bond that existed between man, his environment, and the spirit life of the Dreamtime. Even the homelier tales in the last section are imbued with that 'oneness' that links all living creatures in a spiritual relationship."

"A fragment of legend from the Katherine River district illustrates the difficulty of adaption to another culture:
He-came came into-cave budidjonanaiwan (...) that-one? went Ganwulu. From-Ganwulu (t0) Nganyordabmag from-there (to) Nganyoron. From-Nganyoron (to) Nganwaragbregbregmi. He-went-down into-cave at-Ningada. To-the-cave (of) Ningada not he-went-in. Children (and) women not-allowed, white-man (?ghost) cannot? shut-up, make play, (?blow). Not come-out cannot-go-out cannot-depart-altogether.
This fragment has been paraphrased by Dr A. Capell who points out that Nganwaragbregbregmi was stated to mean 'where the dingo broke his shoulder and cried out', but that the story of the giving of the name was not collected. 'The sand-wallaby came and went into the cave. He went to Ganwulu, and from there to Nganyordabmag and thence to Ganyoron. From Nganyoron he went to Nganwaragbregbregmi. At Ninganda he went down to the cave.' "

"It was another creature, wich they called a wallaby. But at that moment it was important to kill it. They threw spears at it. Its leg was broken but it was still able to hop faster than the men could run. As it disappeared in the darkness they heard it singing mournfully:
'You lamed me with a spear.
The night is dark, my heart is filled with fear.
You could not know that I'm a man
As you were men when the world began.' "

Commentaar:

De aanname is wijdverbreid dat mythen ooit door mensen zijn "verzonnen" als een soort fossiele verklaringen van fenomenen die in een later stadium door de wetenschap onderzocht en beschreven zijn gaan worden. Ik denk eerder dat mythisch spreken over de dingen is ontstaan in de dagelijkse praktische omgang van oude volken met de hen omringende wereld in een tijd waarin "verklaren" in de (post)moderne betekenis van het woord nog niet bestond.

De Aboriginals hebben veertigduizend jaar geleden in grotten tekeningen gemaakt die er nog zijn en die ze nog steeds op dezelfde manier reproduceren. De tekeningen in de grotten dienen als beeldmateriaal bij rituelen die er worden opgevoerd met clapsticks, didjeridoo's, zang, lichaamsbeschilderingen, vuur, schaduwspel, dans en zang.
Voor een beter begrip van mythen in het bijzonder en meer in het algemeen van religie denk ik dat het nodig is om de oudst mogelijke beschikbare bronnen te onderzoeken.

maandag 3 november 2008

Waar gaat het over? Over religie

Referentie:

Marx, Karl - Engels, Friedrich, On Religion, Foreign Languages Publishing House, Moscow, 1955, 382 p.

Plaatskenmerk:

MAG-UIA-B 27567

Extract:

"Feuerbach, consequently, does not see that the "religious sentiment" is itself a social product, and that the abstract individual whom he analyzes belongs in reality to a particular form of society."

"The philosophers have interpreted the world, in various ways; the point, however, is to change it."

Commentaar:

Godsdienst kan niet los worden gezien van de maatschappij waaruit ze voort komt en de wereld moet niet worden geïnterpreteerd, maar veranderd, twee theses uit "Theses on Feuerbach", geschreven in 1845.
Zonder Marxist te zijn, ervaar ik het toch als bijzonder deze woorden nu "rechtstreeks" van de hand van Marx te lezen ook al lijkt de aanname dat de wereld te veranderen zou zijn in de postmoderne tijd een beetje naïef. Natuurlijk moet je zo'n uitspraak lezen in het licht van die tijd, wat weer niet noodzakelijk is voor de these dat godsdienst moet worden bestudeerd in samenhang met de maatschappij waarin je haar aantreft.

zondag 2 november 2008

Religie als natuurlijk fenomeen

Referentie:

Dennett, Daniel C, De betovering van het geloof. Religie als een natuurlijk fenomeen, Vertaling Hans Bosman, Amsterdam: Olympus non-fictie - Uitgeverij Contact, 2006, 447p. (Oorspronkelijke uitgave: 2005 Breaking the spell. Religion as a natural phenomenon, Viking)

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek.

Extract:

"Niet alle planten "kozen" voor het reproduceren van eetbaar fruit, maar zij die dat wel deden, moesten hun vruchten aantrekkelijk maken om te kunnen concurreren. Dit had economisch bijzonder veel zin, het was een rationele transactie die uiterst langzaam verliep in de loop der tijden, en natuurlijk hoefde geen plant of dier hier iets van te begrijpen om het systeem te laten slagen. Dit is een voorbeeld van wat ik een ongegronde beweegreden noem (Dennett, 1983,1995b). Blinde, ongeleide evolutionaire processen 'ontdekken' ontwerpen die werken. Ze werken doordat ze uiteenlopende eigenschappen hebben, en deze eigenschappen kunnen achteraf worden beschreven en geëvalueerd alsof ze de bedoelde geesteskinderen waren van intelligente ontwerpers die vooraf de bedoeling hadden uitgewerkt." (p.68)

"Advocaten hebben een stereotype Latijns gezegde: cui bono? Dit betekent: wie wort er wijzer van? En deze vraag staat zelfs nog meer centraal in de evolutiebiologie dan in het recht. (...) Elk fenomeen in de levende wereld dat schijnbaar de grens van het functionele overschrijdt, schreeuwt om een verklaring." (p.70)

"Wat religie als menselijk fenomeen ook moge zijn, ze is een enorm kostbare onderneming, en de evolutiebiologie laat zien dat zoiets kostbaars niet zomaar gebeurt." (p77)

Commentaar:

In het boek neemt Dennett vaak uitgebreid de tijd om te proberen orthodox denkende Amerikaanse christenen (hij spreekt hen expliciet aan en vertelt ook dat het boek is geschreven voor de situatie in de Verenigde Staten) te bewegen mee te gaan in zijn denk-experiment.Hij benadert, zoals de titel al aangeeft, religie als een fenomeen dat uit de natuur, samen met de evolutie van de menselijke soort zelf, is voortgekomen. Soms vind ik dat hij doordraaft, zelfs een tikkeltje neerbuigend doet naar mensen die (nog) hun bedenkingen hebben bij aannames of hypotheses van de evolutiebiologie. Veel van wat hij aanneemt, is niet bewezen in de strikt wetenschappelijke betekenis van het woord en zijn boek zou volgens mij daarom prettiger leesbaar zijn als hij wat minder stellig zou zijn; hij zou dan nog hetzelfde kunnen beweren, daar niet van.

Een interessante hypothese vind ik die van de "memen", dat zijn een soort niet nader uitgewerkte informatiepakketjes, bijvoorbeeld die van de betekenis van een woord, maar in elke taal krijgt de meme (in dit voorbeeld de betekenis van het woord) een andere concrete uitdrukking. Memen werken als DNA, ze zijn dragers van menselijke cultuur en kunnen muteren. Net als in de gekozen citaten hierboven, speelt ook in de "memetische evolutie" de "cui bono vraag" steeds een bepalende rol.