Posts tonen met het label TAALFILOSOFIE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label TAALFILOSOFIE. Alle posts tonen

zondag 30 november 2008

Het geloof van de gelovige begrijpen is hem als religieuze mens begrijpen

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428 - 452.

Plaatskenmerk:

swetswise online
Mijn computer/filosofische bibliotheek

Extract:

"Het is weinig bekend dat Wittgenstein in zijn overgangsperiode (1929 - 1933) enkele malen de term 'fenomenologie' gebruikte om zijn filosofische methode te karakteriseren. Wat Wittgenstein voorstond was inderdaad een beschrijvende methode die nauwgezet en enigszins afstandelijk te werk zou gaan. H.J. Glock schrijft dat Wittgenstein een verstaan van religie aanreikt "from the outside (as an antropological phenomenon) which does not accuse it (i.e. religion, wvh) of being either mistaken, unfounded or nonsensical."
Dat hij de term fenomenologie uiteindelijk niet behouden heeft, heeft wellicht te maken met de bijzondere, technische betekenis die de term ondertussen verkregen had; met de cartesiaanse en individualistische connotaties ervan en met het feit dat hij zich meer dan de fenomenologen meer van de taal als medium van studie wou bedienen." (p. 444)

Commentaar:

Zoals in mijn commentaar bij het extract van Ricoeur (stap 0 van deze gerichte zoekopdracht) naar voren komt, ben ik geïnteresseerd in de "gewone gelovige". Ook Wittgenstein probeert die te beschrijven, maar dan door de taal van die gewone gelovige te onderzoeken en beschrijven.
Dat kan dan weer alleen als "een studie van het geheel van de religieuze levensvorm (taal, symbolen, praktijken, rituelen...)" (p. 444, 445) Dat is precies het soort onderzoek waarbij ik zoek aan te sluiten.

Wat ik niet begrijp is waarom de fenomenologische benadering voor Wittgenstein wellicht bezwaarlijk was vanwege de "bijzondere, technische betekenis die de term ondertussen verkregen had" en "de cartesiaanse en individualistische connotaties".

STAP 2: Relevant artikel via SWETSWISE

zondag 16 november 2008

De taak van de godsdienstfilosofie

Referentie:

Van Herck, Walter, "De taak van de godsdienstfilosofie", Tijdschrift voor filosofie en theologie 59 (1998) p. 428-452

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofische bibliotheek

Extract:

"De regendans blijkt bij nader toezien niet uitgevoerd te worden in het droge seizoen, maar slechts op het moment dat de jaarlijkse regenperiode aanbreekt. De regendans is dus een verwelkomings- en een dankrite en niet (per se) een magisch middel tot manipulatie van de meteorologische conditie. (...) De causale analyse van de religie komt er vaak op neer dat men meent in staat te zijn een soort vertaalarbeid te verrichten." (p. 447)

Commentaar:

Religieuze taal is een eigen taal, niet uitwisselbaar met andere taal. In het vervolg van de tekst wordt gezegd dat: als dit zo zou zijn, zou andersom ook taal uit welk wereldlijk domein dan ook moeiteloos in religieuze taal moeten kunnen worden omgezet.
Maar zijn de pogingen van bijvoorbeeld Auguste Comte en later die van Julian Huxley om religies zonder het bovennatuurlijke (natural religion) te ontwerpen geen voorbeelden dat het toch wel mogelijk is taal uit wereldlijke domeinen in religieuze talen om te zetten?

Wat is dat eigenlijk: "religieuze taal"? De woorden en zinnen die worden uitgesproken zijn op zich niet religieus, ze zijn dat pas als ze worden begrepen in de context van de religieuze praktijk en meer nog in die van het hele (religieuze) leven van een gelovige, zoals op p. 448 van het artikel wordt betoogd.

zondag 9 november 2008

Literatuurwetenschap, een inleiding

Referentie:

Van Luxemburg, Jan - Bal, Mieke - Weststeijn, Willem G, Inleiding in de literatuurwetenschap, Muiderberg: Coutinho, 1988, zesde druk (eerste druk 1981) 313 p.

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

Extract:

"Het onderzoek naar de aspecten van het verhaal betrof (in het voorgaande, JvdM) de vraag: wat wordt er verteld, en namens wie? Voor inzicht in de wijze waarop informatie de lezer bereikt is deze vraag fundamenteel. Het beeld van de (fictieve) wereld, de indruk die we krijgen van de gebeurtenissen, van de relaties, van recht en onrecht, dat alles wordt door deze aspecten bepaald."

Commentaar:

Religie manifesteert zich onder andere in de vorm van de mythe. We kunnen (oude) mythes bestuderen voorzover ze in literaire vorm bewaard zijn gebleven. Op z'n minst elementaire kennis van de literatuurwetenschap lijkt hierbij onontbeerlijk te zijn.
Het boek behandelt verhalende teksten, dramateksten en poëtische teksten. Alledrie deze vormen komen terug in mythes.
In het boek (als inleiding) wordt slechts een eerste verkenning gepresenteerd van het vakgebied. Ook kunnen we in de inleiding tot het deel van de dramateksten lezen: "De opvoering zelf, de concrete eigenschappen van de decors, kostuums, de interpretatie die op het toneel van het drama wordt gegeven behoren niet tot de dramatheorie, maar tot het gebied van de theaterwetenschap. We kunnen hier niet ingaan op de specifieke probleemstelling van dat vakgebied".

vrijdag 7 november 2008

Een verhaal lezen is wat anders dan een verhaal horen vertellen

Referentie:

Ricoeur, Paul, Hermeneutics and the human sciences. Essays on language, action and interpretation, Edited translated and introduced by John B. Thompson, Cambridge: Cambridge University Press, 1981, 314 p. (De essays zijn in het Frans niet gebundeld maar los uitgegeven: Paris: Editions de la maison des sciences de l'homme, 1975 - 1978).

Plaatskenmerk:

FILO 19.8 P-RICO 81

Extract:

"As is well known, structural principles were first applied with the greatest success to phonology, and then to lexical semantics and to syntactic rules. The structural analysis of the narrative may be regarded as one attempt to extend or transpose this model of linguistic entities beyond the level of sentence, which is the ultimate entity for the linguist". (p. 281)

Commentaar:

Overgeleverde mythen van godsdiensten zoals wij ze kennen, zijn zonder uitzondering schriftelijke versies van vroegere mondelinge tradities die eraan vooraf gegaan zijn. Het is daarom interessant ons te verdiepen in de "structural principals" van het gesproken woord, waarbij we ons de vraag dienen te stellen welke verschillen en overeenkomsten er bestaan tussen schriftelijk en mondeling overgeleverde verhalen.