Posts tonen met het label Freud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Freud. Alle posts tonen

zaterdag 29 november 2008

Natuurkrachten worden goden

Referentie:

Freud, Sigmund, Beschouwingen over cultuur, vijf essays vertaald door Wilfred Oranje e.a., Amsterdam: Boom, 1999, 406 p.

Plaatskenmerk:

Artesis Hogeschool Antwerpen - G
G 15 G-FREU 1999

Extract:

"Op soortgelijke wijze maakt de mens de natuurkrachten niet eenvoudigweg tot mensen met wie hij als met gelijkwaardigen kan omgaan - dat zou ook geen recht doen aan de overweldigende indruk die hij van hen heeft - maar hij geeft hun het karakter van een vader, maakt hen tot goden en volgt daarbij niet alleen een infantiel, maar ook, zoals ik gepoogd heb aan te tonen, een fylogenetisch voorbeeld." (p.251)

Commentaar:

Volgens Freud stelt de mens zich teweer tegen het noodlot en de overmacht van de natuur door cultuur te scheppen. Culturen vermenselijken natuurkrachten, die daardoor niet minder vreemd worden, maar het lijkt dan alsof ze kunnen worden beheerst. Het gaat erom dat destructieve krachten antropomorf worden voorgesteld, zodat mensen erop reageren kunnen. Het is nogal mal om bijvoorbeeld de dood te proberen te vermurwen om voorlopig nog even weg te blijven, omdat de dood in feite slechts een begrip is waarmee levenloosheid wordt aangeduid. Maak je echter van de dood een man met een zeis of een straf van God, dan kunnen de man of God wellicht worden overreed om genade te hebben, althans voor dit moment.

STAP 1: Relevant boek via bibliografie naslagwerk

Met praten komen we er wel uit

Referentie:

Derrida, Jacques, "Force of Law: The `Mystical Foundation of Authority' ", in: Cornell, Drucilla - Rosenfeld, Michel - Carlson, David Gray (eds.), Deconstruction and the Possibility of Justice: London, Routledge, Chapman and Hall, 1992, p. 3 - 67

Plaatskenmerk:

RECH 340.1 G-CORN 92

Extract:

"Benjamin intends to prove that a non-violent elimination of conflicts is possible in the private world when it is ruled by the culture of the heart, cordial courtesy, sympathy, love of peace, trust. Dialogue as technique of civil agreement, would be the most profound example." p. 49

Commentaar:

Bij Freud las ik dat (massa)mensen alleen met een zekere mate van dwang aan de cultuur te binden zijn opdat ze niet ongebreideld hun driften najagen en dat dit komt doordat zij uit zichzelf geen lust tot werken hebben en doordat argumenten niets vermogen tegen hun hartstochten. (Freud, Sigmund, Beschouwingen over cultuur, Amsterdam: Boom, p. 240) Uit bovenstaand citaat maak ik op dat Walter Benjamin daar volgens Derrida optimistischer over was.
Ik vrees dat ik zelf meer geloof hecht aan de sombere visie van Freud.

De relevantie met m.b.t. mijn thema is indirect. Dit was echter het enige van de weinige artikelen in de bibliografie van het naslagwerk dat ik kon bemachtigen.

STAP 1: Relevant artikel via bibliografie naslagwerk

zondag 16 november 2008

Rationele legitimiteit van geloof anno 2007

Referentie:

Bouveresse, Jacques, Peut-on ne pas croire?. Sur la vérité, la croyance & la foi, Marseille: Agone, coll. Banc d'essais, 2007, 283 p.

Plaatskenmerk:

FILO 20 G BOUV 2007

Extract:

"À la question de savoir comment il faut classer les représentations religieuses, Freud répond que "ce sont des thèses [Lehrsätze], des énoncés sur des faits et des états de choses de la réalité externe (ou interne), qui communiquent quelque chose qu'on n'a pas trouvé soi-même et qui revendiquent qu'on les croie. Étant donné qu'ils nous fournissent des renseignements sur ce qui est le plus important et le plus intéressant dans la vie, ils bénéficient d'une considération très élevée. Celui qui ne sait rien 'd'eux est très ignorant; celui qui les a reçus dans sa science peut se considérer comme très enrichi." [AI, 35]"

Commentaar:

Als het gaat om de actuele vraag naar de noodzaak (of niet) van geloof, die rode draad is in deze monografie, lijkt me dit citaat, dat zelf weer een citaat is van Freud, alleen een positief antwoord te kunnen opleveren als je de laatste zin niet cynisch opvat: wie niets weet van de "considération très élevée" is erg onwetend (of dom?), wie er wel van op de hoogte is, mag zichzelf als zeer fortuinlijk beschouwen.
Te vrezen valt echter dat Freud dit wel degelijk cynisch bedoeld heeft en dat vind ik in zoverre jammer dat niet alles aan religie negatief is of hoeft te zijn, getuige bijvoorbeeld de benadering van Herrmann elders op deze blog.

zondag 9 november 2008

Psychologische antropologie, een inleiding

Referentie:

Verbeeck, Philippe, Inleiding tot de psychologische antropologie, Leuven: Acco, 2007, derde herwerkte uitgave (eerste druk s.d.)

Plaatskenmerk:

Eigen bibliotheek

Extract:

"Jungs leer wordt terecht complexe antropologie genoemd, en dit om twee redenen:
1) Naast de psychologische en filosofische invalshoek, vertoont zijn theorie een multiculturele kennis inzake gebruiken, religie, mythologie, geschiedenis, literatuur en beeldende kunst. Bovendien vertoonde Jung grote interesse voor niet-alledaagse fenomenen, zoals parapsychologie, synchroniciteit en alchemie.
2) Mens en werkelijkheid zijn complex, in die zin dat ze een rijkdom vertonen aan tegengestelde krachten. Psychisch evenwicht bestaat erin de eenheid der tegenstellingen te verwezenlijken."

" 'Het collectieve onbewuste is de geweldige geestelijke erfmassa van de ontwikkeling der mensheid, welke in eidere individuele hersenstructuur weer aangeboren is.' (Jung)"

Commentaar:

De inleidende besprekingen in dit boek van zowel Freud als Jung bieden een overzichtelijke eerste kennismaking met hun theorieën.
Zij zijn voor het godsdienstfilosofisch discours van belang omdat ze er beiden over geschreven hebben op de grens tussen psychologie en filosofie. Freud was uitgesproken negatief over religie, terwijl Jung er veel in zag dat ver buiten het bereik van de filosofische interesse ligt, maar wel is interessant te bestuderen hoe hij religie in de menselijke geest heeft gepositioneerd.

zondag 2 november 2008

Geloof in God versus rationaliteit

Referentie:

Plantinga, Elvin, art. "Religion and epistemology", in: Routledge Encyclopedia of Philosophy, New York, version 1.0, 1998

Plaatskenmerk:

Mijn computer/ filosofiebibliotheek

Extract:

"According to Freud, (...) religious belief arises out of illusion. And the reason this constitutes a criticism of such belief is that this mechanism of illusion is not aimed at the production of true belief, but rather at belief that has some other, non-truth-related property - in this case, the property of enabling us to carry on in this otherwise discouraging world. It is for this reason that religious belief, on this account, is irrational."

Commentaar:

Geloof in God wordt in de epistemologie langs de meetlat van de rationaliteit gelegd. Een geloof moet beargumenteerbaar zijn. Volgens John Locke zijn er twee vormen van "zeker geloof":
1. Zelf bewijzend geloof, zoals in 2+1=3
2. Geloven binnen iemands eigen mentale leven, zoals "het komt mij voor dat ik nu een blog zit te typen". Om de zekerheid van dit soort geloof kan ik niet heen en is daarom gerechtvaardigd. Als echter een geloof niet zeker is dan mag ik het alleen aannemen als het waarschijnlijk is met inachtneming van dat wat ik met zekerheid kan geloven.
Dit laatste is lastig. Je zou bijvoorbeeld ook kunnen twijfelen of er wel een verleden bestaat.

Tegen geloof in God bestaan verschillende bezwaren. Zo zijn er de facto bezwaren, die er simpelweg op neer komen dat God niet bestaat. Daarnaast zijn er de jure bezwaren, zoals dat wat onder punt 2 hierboven is gezegd. Een tweede vorm van de jure bezwaren is waar Freud, Marx en Nietzsche mee werken: of God nu bestaat of niet, in hem geloven is irrationeel. Maar ja, als het irrationeel is dan kan dit alleen maar betekenen dat God niet bestaat en dan gaat het tenslotte toch om een de facto bezwaar.

Dit is de strekking van het encyclopedieartikel van Plantinga.
Ik denk inderdaad dat het interessanter is om geloof in God te onderzoeken dan het bestaan van God, want geloof in God bestaat, zoveel is zeker.